Doe zoals 24493 andere vrouwen en registreer jezelf hier om toegang te krijgen tot alle pagina's! Klik op het sleuteltje om het formulier in te vullen.
Je mist iets op deze site? Je wil een opmerking kwijt of wil graag een onderwerp
behandeld zien op de site? Vragen over je menstruatie? Schrijf ons dan!
Welke hormonen zijn betrokken bij de menstruatiecyclus?
Je menstruatie wordt geregeld door een samenspel van een groot aantal hormonen, bestuurd uit de hypofyse. We zetten er een paar op een rijtje.
De rijping van een eicel en de eisprong worden opgewekt door het samenspel
tussen verschillende hormonen. In de eerste helft van de cyclus zorgt het follikel stimulerend hormoon en het luteïniserend hormoon (beide geproduceerd door de hypofyse) ervoor dat de eicel
kan rijpen en dat het eitje vrijkomt. Intussen zorgen de eierstokhormonen
oestrogeen en progesteron ervoor dat het eitje in de beste voorwaarden kan
opgevangen worden. Deze hormonen komen in de bloedbaan terecht en worden over
het ganse lichaam vervoerd. Sommige organen zijn daar meer gevoelig voor dan
andere. Oestrogeen doet echter veel meer dan alleen ervoor zorgen dat het
baarmoederslijmvlies zich herstelt na de menstruatie. Het zorgt voornamelijk
voor de ontwikkeling en de instandhouding van de vrouwelijke
geslachtskenmerken. Zo werkt het in op de borsten (hun ontwikkeling wordt
bevorderd), de huid (deze wordt droger en er vormt zich een vetlaagje onder
de huid van heupen en ledematen) en de vagina (slijmklieren worden
gestimuleerd).
Progesteron zorgt ervoor dat het eitje in geval van zwangerschap gevoed kan
worden en verder kan groeien, én dat de baarmoederspier niet samentrekt. Ook
heeft progesteron een remmende invloed op het hormoon oestrogeen,
bijvoorbeeld ter hoogte van de borsten. Dat uit zich bij vrouwen die te
weinig progesteron aanmaken: zij hebben in deze periode vaak last van
pijnlijke en gevoelige borsten. Progesteron doet ook de lichaamstemperatuur
met ongeveer een halve graad stijgen. Omdat dit hormoon pas na de eisprong
wordt afgescheiden, kan men door het bijhouden van een temperatuurcurve
nagaan of men een eisprong heeft gehad en wanneer. De verhoging treedt op na
de eisprong en duurt tot ongeveer de zevenentwintigste dag van de cyclus.